|
© 1997-2016 OOSTVEEN
Opdrachtgever:
Gem.Smallingerland
Periode:
2000-2016.




|
|
|
De Wijkmonitor Smallingerland bevat zowel 'objectieve'
gegevens uit bestaande registraties als 'subjectieve' gegevens vanuit
een bewonersenquête. Deze twee dimensies van het leefklimaat worden
gepresenteerd in afzonderlijke hoofdstukken, maar komen bij elkaar in de
wijkprofielen van het laatste hoofdstuk.
|
|
Wijkmonitor Smallingerland: objectief en
subjectief
|
 |
 |
Veel traditionele wijkmonitors zijn uitsluitend
gebaseerd op cijfers uit reeds bestaande registraties,
bijvoorbeeld op gebied van bevolking (GBA), woningen, uitkeringen of
verschillende klachtenregistraties. Dergelijke cijfers kunnen snel worden geactualiseerd
en zijn over het
algemeen behoorlijk nauwkeurig beschikbaar op laag schaalniveau (de
buurt), maar geven geen inzicht in de beleving door bewoners.
Om deze redenen worden steeds vaker
belevingsgegevens verzameld, meestal in de vorm van een
bewonersenquête. In Smallingerland wordt daartoe sinds 1999 elke twee
jaar een
vragenblok opgenomen in de Bewonersenquête. Deze enquête staat niet los
van de wijkmonitor. Objectieve en subjectieve gegevens kunnen worden
beschouwd als twee dimensies van de werkelijkheid. Daarom is er voor
gekozen om beide soorten gegevens te integreren in dezelfde Wijkatlas.
De Bewonersenquête wordt sinds 2001 uitgevoerd door Oostveen in de vorm van een
schriftelijke enquête, waaraan in 2006 uiteindelijk 3.242 inwoners hun
medewerking hebben verleend (een respons van 54%). In de vraagstelling
is grotendeels aangesloten op de leefbaarheids- en veiligheidsenquête
die ook in het kader van het Grote Stedenbeleid wordt gebruikt. Daardoor
werd het ook mogelijk te vergelijken met andere gemeenten. Een deel van
de vragen is gesteld in de vorm van rapportcijfers, zodat deze ook op
buurtniveau konden worden gerapporteerd (zie daarover het soortgelijke
project in Roosendaal).
De vragenblokken over leefbaarheid zijn door Oostveen verwerkt in de
Wijkatlas. Dit deel van de enquête bevatte ook een aantal open vragen.
Aan de bewoners werd bijvoorbeeld gevraagd wat ze beschouwen als het
grootste probleem in hun buurt. De (spontane) antwoorden werden
geclassificeerd in een aantal hoofdgroepen, maar tevens werd gezocht
naar meer specifieke antwoorden die meermaals werden genoemd. Hieronder
vindt u de resultaten in de wijk Centrum: links een grafiek
met de indeling in hoofdgroepen en rechts een nadere uitwerking daarvan.
In de grafiek worden de percentages in deze wijk vergeleken met de
gemiddelden in de gemeente.
Grootste probleem in de buurt,
Centrum in Smallingerland, najaar 2001.
Wijk: 1 Centrum |
 |
Net zoals in de meeste andere wijken
hebben de meeste problemen in het Centrum te maken met
verkeer (37%): met name filevorming en verkeers-drukte, (brom)fietsen
in het voetgangersgebied en overlast van zwaar vrachtverkeer.
Veel bewoners (26%) noemen parkeerproblemen: vooral goede
parkeergelegenheid voor bewoners. Problemen rond
geluidsoverlast (uitgaand publiek, muziekvoor-stellingen,
zwaar verkeer) worden gemeld door 16% van de Centrumbewoners.
Ongeveer 10% van de bewoners klaagt over vervuiling, vooral
zwerfvuil op straat. Eveneens 10% noemde leegstaande winkels
als probleem voor de buurt. Diverse andere problemen worden
in het Centrum veel minder dan elders genoemd, met name
groenvoorzieningen, groepen jongeren, hondenpoep en
speelvoorzieningen. |
|
|
Bron: Wijkatlas Smallingerland 2002. |
|
|
Leefbaarheidsenquête geïntegreerd in de Wijkatlas |
 |
 |
Er is heel bewust voor gekozen om de cijfers vanuit
registraties en de cijfers uit de bewonersenquête te integreren in
dezelfde publicatie. Samen geven de gegevens immers een veel completer
beeld van de leefbaarheid in de buurten en wijken. Zo komen bijvoorbeeld
de buurten waar veel mensen zich onveilig voelen niet altijd overeen met
de buurten waar feitelijk veel (kleine of grote) criminaliteit is. In de
ene buurt kunnen meer straatverlichting, beter snoeien en weghalen van
graffiti een oplossing brengen, terwijl ergens anders de criminaliteit
moet worden teruggedrongen. Het naast elkaar zetten van objectieve en
subjectieve gegevens is dan nodig om de meest optimale aanpak te
bepalen.
In de Wijkatlas Smallingerland bevatten de eerste drie hoofdstukken
cijfers uit bestaande registraties, ingedeeld in de thema's
bevolkingsopbouw, woninggegevens en sociale gegevens. De gegevens worden
weergegeven in tabellen, kaarten en grafieken op buurt- en wijkniveau.
Het vierde hoofdstuk bevat de cijfers uit de bewonersenquête. In
onderstaande figuur vindt u bijvoorbeeld het rapportcijfer dat de
bewoners gemiddeld gaven aan hun woonomgeving in het algemeen.
|
Gemiddeld rapportcijfer dat bewoners gaven aan
hun woonomgeving, per buurt, Smallingerland, voorjaar 2006.
 |
Bron: Wijkatlas Smallingerland, 2006.
|
Na de thematische weergave van alle onderwerpen in de eerste vier
hoofdstukken komen de meest relevante indicatoren bij elkaar in wijk-
en buurtprofielen. In zo'n buurtprofiel worden de objectieve en
subjectieve cijfers letterlijk naast elkaar gezet. Weergegeven wordt
daarbij de afwijking van het gemeentelijk gemiddelde, waarbij groene
staven naar rechts een positieve afwijking aangeven en rode staven
naar links een negatieve afwijking. Op die manier kan voor elke buurt
een sterkte-zwakte analyse worden gemaakt. Daarnaast wordt een beeld
geschetst van de woningvoorraad (bouwjaar, bouwwijze en eigendom) en
bevolkingssamenstelling (o.a. leeftijdsverdeling en
huishoudenssituatie) in de betreffende buurt.
NB In 2009 zijn de wijkprofielen vervangen door wijkanalyses waarmee
de grafieken ook in tekst worden geïnterpreteerd.
Buurtprofiel voor het dorp Oudega in
Smallingerland, 2005-2006.

Bron: Wijkatlas Smallingerland, 2006.
|
Meer
informatie |
 |
|
|
|
|
|